|
De vijfde
zijkapel van de zuidelijke zijbeuk is nauw verbonden met de verering
van Sint-Gummarus. In de prachtige Antwerpse reliekkast uit 1666
(kunsthandel Forchoudt) gemaakt van zwart ebbenhout ingelegd met
rode schildpadschelp, werden vroeger het
reliekostensorium - in de vorm van een zilveren boom - en de band
(gordel) van Sint-Gummarus bewaard.
Het zilveren
boompje wordt ter verering aangeboden aan de pelgrims die de
relikwie eerbiedig kussen of aanraken. Het kunstwerk werd in 1665
vervaardigd door de Antwerpse kunstsmid Norbert Lesteens. Tussen de
takken van het eikenboompje zit de zeskantige reliekdoos met daarin
een beentje van de heilige. Helemaal bovenaan prijkt het wapen van
het kapittel en de buste van Sint-Gummarus. De zwartlederen band van
Sint-Gummarus, voorzien van een gesp in verguld zilver, is versterkt
met een led eren band en omkleed met rood fluweel versierd met
eikenbladeren met in het midden de initialen SG. Het oudste document
waarin de gordel wordt vermeld, betreft een herstelling in 1619.
Op deze plaats
schuiven tijdens de noveen van de Lierse patroonheilige de gelovigen
aan om zijn reliek te vereren en Sint-Gummarusband opgelegd te
krijgen. In de offertoog deponeren ze naderhand hun offer.
Vervolgens gaan ze drie keer rond het zilveren reliekschrijn, raken
de draagstokken van
de
berrie aan en slaan een kruisteken. Nadien begeven ze zich naar de
Sint-Pieterskapel (aan de overkant van de straat) om opnieuw drie
keer rond het borstbeeld van de heilige te gaan en evenveel keren
rond het altaar met daaronder de lege graftombe. Deze eeuwenoude
devotie grijpt plaats tijdens de negen dagen die volgen op 11
oktober, het naamfeest van de stadspatroon.
Op de
reliekkastdeurtjes merkt men in gedreven zilver twee wonderen van
Sint-Gummarus. Op het linkse deurtje herkent men het wonder van de
boom en het rechtse stelt het mirakel van de bron voor. Omwille van
het verband met de omgehakte boom wordt Sint-Gummarus aangeroepen
voor alles wat met breuken te maken heeft. Zijn hardvochtige vrouw
indachtig aan wie hij, ondanks al haar gesar, trouw bleef en zelfs
genas doen ze van dorst dreigde te sterven, wordt bij (dreigende)
huwelijksbreuk ook op zijn bijstand beroep gedaan.
|