|
In de zesde zijkapel van de zuidelijke zijbeuk
aanschouwt men het oudste en allermooiste glasraam van de
Sint-Gummaruskerk, dat in 1873 op behoedzame wijze door Capronnier
werd gerestaureerd. Dit gebrandschilderde glasraam, geklasseerd in
de hoogste categorie van de glasramen van allereerste rang, wordt
gedateerd tussen 1450 en 1475. Het stelt de kroning voor van de
Heilige Maria door de Heilige Drievuldigheid. De glazenier is
onbekend, maar men mag er van uitgaan dat het atelier Brabants was.
Dit type van kroning van de Heilige Maagd verving van omstreeks 1400
de vroegere wijze van uitbeelden (waarbij Maria enkel door Christus
werd gekroond) als gevolg van een groeiende verering voor de Heilige
Drie-eenheid. Ook beklemtoont dit type de relatieband: zij is
“overschaduwd door de Vader, bevrucht door de heilige Geest, moeder
van de Zoon”.
|

|
Dit heldere glasraam werd uitgevoerd in grisaille
– zo typisch voor de gebrandschilderde glasramen tijdens de
laatgotiek in Brabant – met enkele schitterende en warme
kleurvlakken. Het hoofdtafereel is gevat in een blauw rond medaillon
(de hemel) omgeven door de vier evangelistensymbolen: arend, mens,
leeuw en rund. Links- en rechtsonder bemerkt men de respectieve
schenkers met patroonheilige. De vrouwelijke heilige wordt
gemakkelijk herkend aan haar attribuut de toren als de Heilige
Barbara. De heilige uiterst links lijkt met zijn lammetje op de
rechterarm sprekend op Johannes de Doper. De engelen links en rechts
van de voeten van O.-L.-Vrouw zijn aan haar ondergeschikt en betonen
haar eer.
Sterk beïnvloed door Rogier van der Weyden (+
Brussel 1464) en in mindere mate door Dirk Bouts (+ Leuven 1474),
wordt dit glasraam van de Brabantse school algemeen beschouwd als
een van de mooiste en gaafste middeleeuwse glasramen van België.
Hoewel bovenaan voorzien van een wapenschild, is de schenker niet
met zekerheid geïdentificeerd Onderaan komt een negentiende-eeuwse
Latijnse tekst voor welke aangebracht werd door de restaurateur:
|
"Veni
de Libano, Sponsa mea, veni coronaberis."
Kom van de
Libanon, mijn Bruid, kom gij zult gekroond
worden." Hooglied 4:8-9
|
|
|
|