|
Achter
het Sint-Gummarusaltaar van de noordelijke zijbeuk wordt het
zilveren schrijn bewaard met daarin de relieken van de kerk- en
stadspatroon. Aangezien het reliekschrijn praktisch een gans jaar verborgen blijft
voor de bezoekers, werd uiterst links een grote foto ervan tegen de
oostelijke wand opgehangen. In feite hebben meerdere kunstenaars uit
Antwerpen aan dit barokke kunstwerk gearbeid, maar het
leeuwenaandeel, de tombe zelf, mag op rekening van Wierick Somers
III worden geschreven (1681-82). De beschrijving van het schrijn
welke hierna volgt, gaat uit van zijn opstelling in de middenbeuk
van de kerk gedurende de negen dagen van de noveen van Sint-Gummarus
(vanaf zijn naamdag op 11 oktober). Na de hoogmis van 10 u. wordt op
de zondag na 10 oktober het schrijn door drie groepen van telkens
zestien dragers, het Genootschap van de Kasdragers, door de straten
van Lier gedragen.
|

|
Op de vier zijvlakken heeft de
kunstenaar telkens een tafereel in een ovalen medaillon uitgebeeld.
Te beginnen aan de westzijde (torenkant) in wijzerzin, bemerkt men
achtereenvolgens het wonder van de boom met op de achtergrond de
ontmoeting van Gummarus en Rumoldus, de nederlaag van de Saracenen,
het wonder van de bron en van het kind met de slang en in de
achtergrond een ploeg door lijfeigenen getrokken, en ten slotte de
marteldood van priester Fredegerus in de Sint-Pieterskapel. Men
lette eveneens op de overvloedige barokke ornamenten en op de
granaatappel in akantrozet onder de tombe als symbool van de
eeuwigheid. Op de bovenkant van het schrijn prijkt het
reliekostensorium van Sint-Gummarus vervaardigd door de Antwerpse
zilversmid Johannes de Fallais in 1665-66. Het is een geschenk van
de Lierse rederijkerskamer “De groeiende Boom”. Tussen de zilveren
bladeren bevindt zich de reliekhouder met een beentje van de
heilige. Het voetstuk waarin de zilveren boom “geworteld” staat, is
dan weer gesmeed door de Antwerpenaar J. Lecocq-Martin in 1818. En
Jean-Baptist Verberckt vervaardigde in 1784-85 de twee zilveren
engelen die op de voluten van het bovenstuk van de “kas” staan en
respectievelijk een lauwerkrans en riem, een palmtak en schriftrol
in de handen houden. De vier vergulde houten leeuwen, gezeten op de
hoeken van het houten voetstuk met vergulde bladfriesrand, houden
het Lierse stadswapen en schragen de reliektombe. Ze zijn van de
hand van Lodewijk Willemsens (ca. 1630-1702).
|