|
Het in zwart
en rood marmer uitgevoerde Sint-Gummarusaltaar, vervaardigd door
Hans van Mildert in 1619-20 in de periode die men als vroegbarok
beschouwt, was bedoeld als één grote sokkel voor het levensgrote
witalbasten beeld van de Lierse patroonheilige. Hans van Mildert
(Koningsbergen 1588 – Antwerpen 1638) woonde in de Antwerpse
Wapperstraat rechtover het prestigieuze huis van P.P. Rubens.
Hij zal vanaf 1614 een van de meest naaste medewerkers worden
van de Antwerpse barokke grootmeester. Beiden vormden een
uitstekend duo in de vernieuwing der altaren, waar P.P. Rubens
zich vanaf 1612 bijzonder op toelegde. Voor het Lierse
Sint-Gummarusaltaar was Hans van Mildert uitsluitend op zichzelf
aangewezen. De zwierige stijleisen waaraan hij in de Antwerpse
Carolus Borromeuskerk moest tegemoet komen volgens de
richtlijnen van P.P. Rubens, maakten in de Collegiale van Lier
plaats voor een meer traditionele aanpak, waarbij de
aaneengeregen sculpturen resulteren in een weliswaar
overvloedige versiering, doch meer getuigen van een ingehouden
spanning.
Het is alsof P.P. Rubens van op afstand beweging en kracht
suggereert, maar dat Hans van Mildert door de ingehouden
spanning een melancholische bevalligheid creëert.
In het centrale
gedeelte van het altaar pronkt het wonder van de boom op een
diptiek geschilderd door Frans Francken II (Antwerpen 1581-1642)
in 1627 op de buitenluiken van een vroeg zestiende-eeuwse
altaarstuk. Achter deze twee luiken, die gesloten als deuren
fungeren, wordt in de loop van het jaar het zilveren schrijn
bewaard met daarin de relieken van Sint-Gummarus.
De binnenzijden van de
luiken tonen twee minstens honderd jaar oudere panelen met de
schildering van enerzijds de “Geboorte van Christus” en
anderzijds de “Opdracht in de Tempel”. Beide luiken worden
gedateerd rond 1500. Ze zouden van de hand van Jacob van Laethem
, hofschilder van Filips de Schone, kunnen zijn.
Home |