|
Auteur
en opdrachtgever
Het beroemdste en wellicht ook het kostbaarste
schilderij in de Sint-Gummaruskerk is de Colibranttriptiek (1516) in
het Sint-Barbarakoor. Lange tijd werden als auteur van deze triptiek
heel wat beroemde namen genomineerd. De laatste decennia wijzen de
kennersneuzen hoe langer hoe meer in de richting van de kleinzoon
van Rogier van der Weyden, namelijk Goossen van der Weyden. Het is
raden naar zijn geboortejaar (rond 1466) en sterfdatum (tussen 1538
en 1545). Van zijn vader Pieter neemt men aan dat hij het atelier
van Rogier heeft verder gezet na diens overlijden in 1464 en dat
Goossen van hem de schildersopleiding ontving. In 1497 vestigde
Goossen zich als schilder binnen de Lierse poorten. Maar hij was al
langer met de Netenstad vertrouwd, want in 1492 schilderde hij er de
luiken van het kerkorgel. In 1500 verkocht hij er nog een huis, maar
toen woonde hij al bijna twee jaar in Antwerpen.
Van Goossen is geweten dat hij als schilder in de
Gouden Eeuw van Antwerpen goed in de markt lag – de abdij van
Tongerlo was bijvoorbeeld een goede klant – wat hem ertoe noopte
veel medewerkers aan te werven. Uit zijn werken blijkt dat hij zeer
sterk verankerd zat in de laatgotische traditie van zijn grootvader
en vader. Vandaar dat de Colibranttriptiek een tijd is toegeschreven
aan Rogier van der Weyden. In het culturele en economische centrum
dat Antwerpen toen was, leerde Goossen van de jonge Antwerpse
maniëristen zeer snel de nieuwe Italiaanse mode van de renaissance
kennen. Hij woonde er trouwens naast Quinten Metsijs en had geregeld
contacten met de beroemde schilder Gerard David toen die in
Antwerpen verbleef. Deze beide grootmeesters zullen eveneens in hun
latere werken de Italiaanse invloed ondergaan, iets wat een
waarschijnlijk erg commercieel ingestelde Goossen zeker niet zal
ontgaan zijn. Vandaar dat zowel Quinten Metsijs als Gerard David
genoemd is geweest als auteur van de Colibrantriptiek. Stilistisch
is echter aan de vlotte – maar weinig persoonlijke – Goossen van der
Weyden moeilijk een koord vast te knopen. Dat Goossen de auteur is
van de Colibranttriptiek steunt enerzijds op overeenkomstige
stijlkenmerken met andere werken van hem, maar anderzijds op
logische overwegingen van historische aard.
Het geslacht Colibrant was een vooraanstaande
familie in Lier. De opdrachtgever is vermoedelijk Joris Colibrant,
de stichter van de Lierse kolveniers- of Colibrantkapel, waar de
triptiek tot in 1895 als altaarstuk fungeerde (thans de
Sint-Rochuskapel). Op de gesloten buitenluiken is hij in grisaille
uitgebeeld samen met heel zijn familie, hoogst waarschijnlijk door
een medewerker van Goossen. Joris overleed echter tijdens een
bedevaart in het Heilig Land en Frans, van de Antwerpse tak van de
Colibrants, werd als testamentuitvoerder aangeduid. Frans was eerder
al uitgeweken naar de havenstad en bekleedde daar de functie van
stadssecretaris. Het ligt als het ware voor de hand dat Frans
Colibrant zich heeft gericht tot de gewezen en bekende stadsgenoot
van de Lierse Colibrants, die bovendien als schilder een uitstekende
faam genoot. Frans Colibrant zou trouwens bij Goossen nog een
triptiek bestellen voor zichzelf. De zijluiken ervan, de portretten
van Frans en zijn echtgenote, worden nog altijd bewaard in het
Museum voor Schone Kunsten te Brussel.
Beschrijving van de Colibranttriptiek
Op het centrale gedeelte van het drieluik wordt
het huwelijk van Maria met Jozef uitgebeeld
en rond dit gegeven
werkt Goossen de zeven vreugden en smarten van O.-L.-Vrouw uit. Zo
staat op het linkse zijluik “De Boodschap aan Maria” en op het
rechtse “De Opdracht in de Tempel”. De zes overige vreugden en
smarten worden in grisaille bovenaan in de fries weergegeven,
telkens in taferelen van elkaar gescheiden door renaissancistische
pilastertjes. Deze taferelen zijn te lezen van links naar rechts.
Men bemerkt achtereenvolgens op het linkse
zijluik de vreugden: “Het Bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth”,
“De Geboorte van Christus”, “De Aanbidding der Wijzen” en “De
Verschijning van Christus aan zijn Moeder”. De laatste twee
vreugden: “De Uitstorting van de H. Geest” en “De Kroning van O.-L.-Vrouw
in de Hemel” lopen vanuit de woning van Maria door tot in de
gotische kerk, die als achtergrond fungeert bij het huwelijk van
Maria en Jozef. De eerste twee tafereeltjes met de smarten beginnen
in de fries van de kerk op het middenpaneel: “De Vlucht naar Egypte”
en “De twaalfjarige Jezus in de Tempel tussen de Schriftgeleerden”.
Vervolgens bemerkt men nog de laatste vier smarten in de fries die
doorloopt in de tempel: “De Kruisdraging en Ontmoeting met Maria”,
“De Kruisiging”, “De Kruisafneming” en ten slotte “De Graflegging”.
Goossen
van der Weyden streefde ernaar dat zijn kunstwerk voor de Colibrants
een “integritas” zou uitstralen. In dit streven naar eenheid in zijn
drieluik was hij gelijk aan de overige Vlaamse schilders in de
vijftiende eeuw. Alle onderdelen, tot in de kleinste details,
moesten meewerken aan het geheel: het zichtbaar maken van de
“splendor veritas”. Het was ook Goossens betrachting om God, de
schitterende waarheid, visueel waarneembaar te maken in zijn
triptiek, als voorproefje op de uiteindelijke en eeuwigdurende
“visio beatifica”, het gelukzalige zien van de pure schoonheid in
het hiernamaals.
Ondanks
hun diverse geaardheid hebben de Vlaamse Primitieven eenzelfde doel:
het veroveren van de zichtbare wereld, niet om haar zelf, maar –
volgens het symbolische denken van die tijd – als middel om naar een
hogere en onzichtbare werkelijkheid te wijzen. Bij Goossen van der
Weyden is dat niet anders.
|